loek als dialectwoord
luik (Nunûms)   luik (Tegels)   Luik (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)   luik (Achterhoeks)   luik (Epers)   luik (Hattems)  
Toon alle 18 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
• in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
• alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  • 1) Voornamen 2) Populaire voornaam 3) Korte vorm van Lucas of Lukas 4) Populaire jongensnaam 5) Nederlandse voornaam 6) Jongensnaam (Afk.) 7) Jongensnaam 8) Jongensnaam, afkorting van Aloysius 9) Korte jongensnaam 10) Nederlandse jongensnaam
  • Friese verkorting van LODEWIJK Betekenis: Samengestelde Germaanse naam: 1 'Lod-' of 'Lode-' doorgaans verklaard als 'roemvol', 'beroemd' (vgl. 'luid'), maar Van der Schaar vermoedt op taalkundige gronden dat een herleiding tot het Germaanse woord 'Hlod' = 'buit' etymologisch waarschijnlijk juister is, 2 '-wij...
  • Loek is een Nederlandse jongensnaam. Het betekent `Roemvolle strijder, strijder om een buit`.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op loek:
kloekvloeksjamberloeksiloekgevloekfeloekbastaardvloekbanvloek

Op andere websites
Zoek loek in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek loek op Google
Zoek loek op Woordenlijst.org
Zoek loek in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek loek op Wikipedia