de levensmoeder

zelfst.naamw. (v.)

iets of iemand die beschouwd wordt als de oorsprong van wat voortbestaat
Voorbeelden:  `Als Adam zegt tot Eva: ik noem u voortaan levensmoeder, wil dat zeggen: Ik zie nu in dat ge met mij op één lijn staat, maar in dienstbaarheid, in dienstbaar zijn aan het baren van het grote Kind.`,
`Hij was juichend gegaan door het bloed, hij had erin gevonden de levensmoeder van zijn lust en zijn rijkdom.`


Bron: WikiWoordenboek.