lessen

werkw.
Uitspraak:  [ˈlɛsə(n)]
Vervoegingen:  leste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gelest (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) lessen nemen in autorijden
Voorbeeld:  `Op haar zestigste is ze nog gaan lessen.`

2)
je dorst lessen  (drinken) `Na het sporten les ik mijn dorst met een heleboel water.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkoelen bevredigen laven lenigen les geven stillen tegoed doen

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik leschte, heb gelescht), blussen; stillen (dorst); [figuurlijk] zijne roemzucht is met te -....
  2. 1) Afkoelen 2) Bevredigen 3) Blussen 4) Boeten 5) Cursussen 6) Doen ophouden 7) Dorst doen ophouden 8) Dorst stillen 9) Gemeente in henegouwen 10) Koelen 11) Laven 12) Le...
  3. Lessen is befaamd om haar porfiergroeven en heeft als toeristische bezienswaardigheden onder meer het Hôpital Notre-Dame à la Rose, dat tot een paar decennia geleden a...
  4. blussen Jaar van herkomst: 1350 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met lessen:
lessenaarlessenaars

Deze woorden eindigen op lessen:
aardrijkskundelessenautorijlessenbeugelflessencolaflesseneau-de-cologneflessenflessengeschiedenislessengodsdienstlessenkooklessenmuzieklessentaallessentekenlessenthermosflessenveldflessenwijnflessenwiskundelessenyogalessenzanglessenzedenlessenzuigflessen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
lessen (doen ophouden)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `lessen`.