de leproos

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  leprozen

melaatse


Bron: WikiWoordenboek.

5 definities op Encyclo
  • [Let op: Spelling en uitleg uit 1890] melaatsche, van Frans lépreux, en dit van 't Latijn lepra, melaatschheid. De gestichten, waar voorheen in
  • 1) Lepralijder 2) Melaats 3) Melaatse
  • Een Melaatse.
  • iemand die aan lepra lijdt; lepralijder; leprapatiënt; melaatse aan lepra lijdend In 1915 in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) in 1915 sinds lang verouderd genoemd, maar in het hedendaagse Nederlands toch (weer?) aangetroffen.
  • melaats, aan lepra lijdend - Jaar van herkomst: 1380 (WNT leproos I ) melaatse - Jaar van herkomst: 1542 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
leproos (melaats, aan lepra lijdend)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de leproos' of 'het leproos'?
Het is 'de leproos', want leproos is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die leproos'.
Wat betekent leproos?
'melaatse'
Hoe spel je leproos?
leproos spel je L E P R O O S

Op andere websites
Zoek leproos in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek leproos op Google
Zoek leproos op Woordenlijst.org
Zoek leproos in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek leproos op Wikipedia