• wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe) • voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee) • voor geen kleintje vervaard zijn (=veel durven) • voor geen klein geruchtje vervaard (=niet gauw bang) • vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op) Toon alle 42 spreekwoorden die lein bevatten
1 definitie op Encyclo
[Vergeten woorden] (bn.), leen geleend, slechts voor een korte tijd gegund, vergankelijk, sterfelijk [~ lenen, lijgen ‘uitlenen’]