lein als dialectwoord
leuning (Booms)   wol (Winksels)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe)
• voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
• voor geen kleintje vervaard zijn (=veel durven)
• voor geen klein geruchtje vervaard (=niet gauw bang)
• vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
Toon alle 42 spreekwoorden die lein bevatten

1 definitie op Encyclo
  • [Vergeten woorden] (bn.), leen geleend, slechts voor een korte tijd gegund, vergankelijk, sterfelijk [~ lenen, lijgen ‘uitlenen’]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op lein:
baleinkleinmarjoleinmarktpleinpiepkleinpleinporseleinposteleinschoolpleinvileinverkeerspleinturboverkeerspleinterrepleinstationspleinstadspleinspeelpleinkraakporseleinkerkpleinkasteleingrasplein

Op andere websites
Zoek lein in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek lein op Google
Zoek lein op Woordenlijst.org
Zoek lein in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek lein op Wikipedia