de lector

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['lɛktɔr]
Verbuigingen:  lector|en, lector|s (meerv.)

de lectrice

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [lɛk|'trisə]
Verbuigingen:  lectrice|s (meerv.)

docent in het hoger beroepsonderwijs die ook onderzoek doet
Voorbeeld:  `Belgische en Nederlandse lectoren hebben niet dezelfde functieomschrijving.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
redenaar redevoerder spreker

Spreekwoorden en zegswijzen
lector benevolente (=de welwillende lezer)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Lezer, iemand die in de kapittelzaal of elders de opdracht heeft voor te lezen uit de `Heilige Schrift`.
  2. Latijn: voorlezer. Zie: kleine wijdingen.
  3. Door contacten met bedrijven en instellingen zorgt de lector (samen met de dean en HanzeConnect) voor voortdurende actualisering van het opleidingenaanbod. bron
  4. Lesgever in het hoger niet-universitair onderwijs. Zie ook: docent. Vroeger werd deze term ook in het Nederlandse universitair onderwijs gebruikt, voor docenten met een r...
  5. 1) Ambt in de Romeinse tijd 2) Beroep 3) Docent 4) Docent aan een universiteit 5) Geestelijke 6) Hulphoogleraar 7) Leerkracht 8) Leraar 9) Lezer 10) Lezer van manuscripte...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met lector:
lectoraatlectoratenlectorenlectors

Deze woorden eindigen op lector:
collectorfietsreflectorreflectorparaboolreflectorzonnecollector

Herkomst volgens etymologiebank.nl
lector (docent in het hoger onderwijs)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `lector`.