laden

werkw.
Uitspraak:  [ˈladə(n)]
Vervoegingen:  laadde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geladen (volt.deelw.)

1) (met spullen) vullen voor vervoer
Voorbeeld:  `een vrachtwagen laden met fruit`

2) (software) in je computersysteem brengen
Voorbeeld:  `Het programma is geladen, maar het wil niet opstarten.`
Synoniem:  inlezen

3) (een voorwerp) van iets voorzien waardoor het werkt
Voorbeeld:  `een kanon laden met kogels`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beladen bevrachten geweer laden inladen opladen

Spreekwoorden en zegswijzen
• meer laden dan men dragen kan (=te veel hooi op zijn vork nemen)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  • [Vergeten woorden] (zw. -de) 1) roepen 2) oproepen, dagen 2) uitnodigen [= Duits laden, van lade ‘uitnodiging’]
  • 1> inladen, inschepen, innemen: het innemen of aan boord brengen van lading. De term bevrachten is een verouderde term. De term innemen wordt voornamelijk in bepaalde sit...
  • er vracht (spullen) in doen vb: is de vrachtwagen al geladen? laden en lossen [vracht erin doen en vracht eruit halen]
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Laden``] De lading in een vuurwapen brengen. De wijze van laden is afhanke-
  • Invoeren en inlezen van gegevens en programma`s in het geheugen van een computer. Daarnaast gebruikt men het woord `laden` natuurlijk ook voor het opslaan van elektrische...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op laden:
    accoladenafgeladenafladenbeladenbladendagbladendienbladeneikenbladengeladenherladeningeladeninladenneerladenochtendbladenontladenopgeladenopladenovergeladenoverladenpulpbladen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. laden (belasten, bevrachten; voorzien van munitie)
    2. laden (oproepen, uitnodigen)