krabbe als dialectwoord
krabben (dier) (Kanners)   krab (=dier) (Sint-Niklaas)   tros (Kortemarks)   tros (Harelbeeks)   krab (Zeeuws)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
• het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
• het is krabben op de naad (=het eten is op)
• geen nagel hebben om zijn gat te krabben (=heel erg arm zijn)
• er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  • tros, druiventros - Voorbeeld: ‘Ik voel nog altijd de blijde zonnewarmte op die zandige wagenweg tussen twee reken hoge populieren die overal hun witte krabben boomwolle rondstrooiden’
  • 1) Bekende schrijver
  • 1) Nederlandse Schrijver 2) Nederlandse auteur 3) Schrijver
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met krabbe:
krabbehuisjekrabbekatkrabbelkrabbelaarkrabbelenkrabbeltjekrabbenkrabbenmandkrabbenscheerkrabberkrabbetjekrabbezakje

Op andere websites
Zoek krabbe in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek krabbe op Google
Zoek krabbe op Woordenlijst.org
Zoek krabbe in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek krabbe op Wikipedia