de kooi

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [koj]
Verbuigingen:  kooi|en (meerv.)

1) hok met tralies voor dieren
Voorbeelden:  `vogelkooi`,
`leeuwenkooi`

2) slaapplaats op een schip
Voorbeeld:  `naar kooi gaan`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bed hok vogelkooi

12 definities op Encyclo
  • 1> vaste slaapplaats aan boord van een schip. [A> kooi in achteronder. Zie ook de zoekresultaten.] Gerelateerde termen: bultzak, dwarskooi, kabellat, kinderkooi, klapkooi...
  • hok met tralies of gaas ervoor waarin dieren gehouden worden vb: het konijn zit in zijn kooi bed op een schip vb: we hebben lekker geslapen in onze kooi
  • IJzeren (voorheen houten) werktuig, dat dienst doet als opsluitstuk van de vorm in het raam.
  • Let op: Spelling van 1858 bedstede aan de wanden van het schip; zoo in het vooronder als elders
  • [Onderdelen van een fiets] Kettinggeleidend element van de voor- en achterderailleur.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met kooi:
    kooiaapkooiankerkooiconstructiekooiconstructieskooidekooidenkooienkooit

    Deze woorden eindigen op kooi:
    dierenkooieendenkooilichtekooivogelkooi

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. kooi (achterste)
    2. kooi (hok)
    3. kooi (restje vet)
    4. kooi (wig)