de koekoek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈkukuk]
Verbuigingen:  koekoek|en (meerv.)

1) vogel die het geluid 'koekoek' maakt en die zijn eieren in het nest van een ander legt
Voorbeeld:  `Je hoort de koekoek hier elke dag, maar je ziet hem nooit.`

2) uitbouw op het dak van een huis
Voorbeeld:  `een bouwvergunning voor een koekoek`
Synoniem:  dakkapel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dakkapel

Spreekwoorden en zegswijzen
• het is altijd koekoek éénzang. (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
• haal je de koekoek (=mij niet gezien!)
• dank je de koekoek (=mij niet gezien!)
Naar de spreekwoorden

25 definities op Encyclo
  1. De koekoek komt in vrijwel geheel Europa voor, als het klimaat maar niet te extreem koud of warm is. In Nederland leeft deze vogel vooral in open gebieden met hier en daa...
  2. Deze vogel is genoemd naar de roep van het mannetje, die ook in Nederland in het late voorjaar te horen is. De winter brengt de koekoek door in zuidelijk Afrika. De koek...
  3. Wetenschappelijke naam: Cuculus canorus Aantal eierleggende wijfjes in Nederland: 6000-8000 (1998-2000) Biotoop: parkachtig landschap, ook in moerassen met bomen en st...
  4. onscherpe, onregelmatige bandtekening. waarvan de lichtere tekening min of meer verloopt in de donkere grondkleur; door teeltkeuze is hieruit de streeptekening voortgekom...
  5. Koekoek De koekoek komt in vrijwel geheel Europa voor, als het klimaat maar niet te extreem koud of warm is. In Nederland leeft deze vogel vooral in open gebieden met hie...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met koekoek:
koekoekenkoekoeksklokkoekoeksklokken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
koekoek (koekoekachtige; dakvenster)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `koekoek`.