knielen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknilə(n)]
Vervoegingen:  knielde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is geknield (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op één of twee knieën gaan zitten
Voorbeeld:  `knielen voor een altaar`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buigen

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik knielde, heb of ben geknield), zich op de knieën leggen, op de knieën vallen; voor God -. ~D, [bijvoegelijk ...
  2. je op je knieën laten zakken vb: vroeger moest je knielen in de kerk
  3. [Levensbeschouwing] Van staan naar op je knieën gaan zitten.
  4. •op de knieën gaan.
  5. 1) Buigen 2) Bidhouding 3) De knieën buigen 4) Door de knieen gaan 5) Nederig bukken 6) Neerbuigen 7) Op de knieen gaan zitten 8) Op de knieen zakken 9) Religieuze hande...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knielen (op de knieën gaan zitten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `knielen`.