kleren

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈklerə(n)]

wat je over je lichaam aantrekt
Voorbeeld:  `in je nette kleren naar een receptie gaan`
Synoniemen:  kleding, kledij
Kleren maken de man.  (door mooie kleren maak je een goede indruk)
niet in je kouwe kleren gaan zitten.  (aangrijpend zijn) `Een ongeluk met een kind gaat je niet in je kouwe kleren zitten.`
langs je kouwe kleren laten afglijden  (je niets aantrekken van (iets)) `Ik laat die valse beschuldigingen langs mijn kouwe kleren afglijden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gewaad goed kledij kleding plunje tenue

Spreekwoorden en zegswijzen
• langs zijn koude kleren laten afglijden (=onverschillig laten)
• kinderen zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van de kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)
• iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
• iemands koude kleren niet raken (=helemaal niet storen of hinderen)
• de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
Toon alle 8 spreekwoorden die kleren bevatten

Taaladvies
Kledij / kleding / kleren: Gebruik je kleding, kledij of kleren in de volgende zin: Tieners zijn erg bezig met hun kledij/kleding/kleren?

4 definities op Encyclo
  1. wat je om je lichaam draagt vb: als ik thuiskom doe ik eerst mijn oude kleren (alleen meervoud) aan Synoniemen: kleding kledij
  2. •de kleding of kledingstukken.
  3. 1) Bedekking 2) Confectie 3) Dos 4) Draagbaar textiel 5) Dracht 6) Garderobe 7) Gebruiksgoed 8) Gedragen textiel 9) Gewaad 10) Goed 11) Habijt 12) Klederdracht 13) Kloffi...
  4. kleding Jaar van herkomst: 1521 (WNT voering II )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kleren:
zomerkleren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kleren (kleding)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kleren`.