• mist heeft vorst in de kist. (=na mist gaat het vaak vriezen.) • met mist gaat de vorst in de kist (=na mist gaat het vaak dooien) • liever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven) • lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie) • je laten kisten (=het (al te vroeg) opgeven) Toon alle 8 spreekwoorden die kis bevatten
5 definities op Encyclo
• [taal] een taal die in Papoea-Nieuw-Guinea gesproken wordt.
Let op: Spelling van 1858 de naam der 400 blanke en zwarte gesnedenen in den Harem des Turkschen keizers
(Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (Nhebr.) Hebr. kissee: zetel, troon; later heette het privaat: bet ha-kissee (het huis van den zetel); vgl. Ned. stoelgang
1) Slim 2) Dun drijfijs 3) Fijn drijfijs 4) Vader van Saul 5) Bijbelse naam 6) Dun ijs