de kiekendief

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['kikə(n)dif]
Verbuigingen:  kieken|dieven (meerv.)

inheemse roofvogel die op de grond broedt

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. grote vogel die kuikens rooft vb: er vloog een kiekendief boven ons hoofd
  2. • [dierkunde] valkachtige vogel waarmee in Nederland en Vlaanderen meestal de blauwe "Circus cyaneus" bedoeld wordt.
  3. roofvogel Jaar van herkomst: 1573 (WNT )
  4. op de grond broedende, slank gebouwde dagroofvogel met een veelal bruin of grijsblauw verenkleed die vaak in veengebied, moerassen en heidegebied leeft Men onderscheidt i...
  5. 1) Blauwvalk 2) Dagactieve roofvogel 3) Dagroofvogel 4) Dier 5) Hanenbijter 6) Hoenderdood 7) Klamper 8) Klem 9) Koop 10) Kuikendief 11) Rietwouw 12) Roofvogel 13) Schor ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kiekendief:
bruine kiekendiefblauwe kiekendiefgrauwe kiekendief

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kiekendief (roofvogel van het geslacht Circus)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 87% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `kiekendief`.