kastanje

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [kɑs'tɑɲə]
Verbuigingen:  kastanje|s (meerv.)

1) grote loofboom die grote bruine vruchten voortbrengt

2) glanzend bruine vrucht van de kastanjeboom, die groeit in een stekelig omhulsel
Voorbeelden:  `tamme kastanje`,
`wilde kastanje`
de kastanjes voor iemand uit het vuur halen  (iets voor iemand doen dat hij of zij zelf niet wil doen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
kastanjeboom

Spreekwoorden en zegswijzen
• de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=iemand anders het gevaarlijke werk laten doen)
• de kastanjes uit het vuur halen. (=een moeilijk klusje oplossen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Tammekastanjeboom / tamme kastanjeboom: Wat is correct: een tammekastanjeboom of een tamme kastanjeboom?

8 definities op Encyclo
  1. glanzende, roodbruine vrucht van de kastanjeboom vb: in de herfst gaan we altijd kastanjes rapen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-s), [zeker, zekere] eetbare meelachtige vrucht; [spreekwoord] [iemand] de -s uit het vuur laten halen, door een ander een gevaarli...
  3. Aesculus, paardenkastanje • kaneelkleurige, gelobde, bovenzijdige blaasmijn, meestal in groot aantal: Cameraria ohridella
  4. (Genus Castanea) -Kastanje- Volledige wetenschappelijke naam: Castanea Mill.
  5. 1) Boom 2) Boom in Europa 3) Boomvrucht 4) Geneeskrachtige plant 5) Herfstvrucht 6) Houtachtige vrucht 7) Kastanjeboom 8) Loofboom 9) Loskroonbladige 10) Napjesdragende b...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kastanje:
kastanjeboomkastanjebruin

Deze woorden eindigen op kastanje:
aardkastanjepaardenkastanjewaterkastanjeChinese waterkastanje

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kastanje (boomsoort geslacht Castanea en Aesculus)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kastanje`.