kaan

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  kanen
Verbuigingen:  kaantje

1) knapperig uitgebakken overblijfsel van een stuk(je) varkensspek ook wel uitgebakken speklap, (met of zonder zwoerd)

2) een vliezige bovenlaag
Voorbeeld:  `Op beschimmelend bier vormt zich een kaan.`


Bron: WikiWoordenboek.

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 het vliezige overblijfsel van uitgesmolten vet. Kaankoek
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (kanen), gestolde vetstukjes, vetkorrels; soort boot (vaartuig). ~KOEK, m. (-en), gestold vet in vormen.
  3. (1) Schipper. (2) Platbodem van de Noordduitse rivieren, gebruikt als vrachtschuit.
  4. stukje uitgebraden spek of vet; kaantje
  5. 1) Bootje 2) Buitenkansje 3) Boot 4) Dier 5) Duits vrachtschip 6) Gebakken spek 7) Gebakken stukje vet 8) Gebraden vet 9) Griet 10) Hard gebakken spekje 11) Hardgebakken ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kaan:
kaantjekaantjes

Deze woorden eindigen op kaan:
AfrikaanAmerikaanCentraal-AfrikaanMarokkaanMartinikaanMozambikaanorkaanMekkaanpelikaanNoord-AfrikaanSri LankaanstratovulkaanbekaanvulkaanalkaanZuid-Afrikaan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kaan (bootje)
  2. kaan (griet, soort vis)
  3. kaan (stukje uitgebraden spek)
  4. kaan = keen (suikerriet)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 58% van de Nederlanders en 30% van de Vlamingen het woord `kaan`.