het juk

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  jukken
Verbuigingen:  jukje

1) een houten pasvorm die op de schouders gedragen wordt en twee te dragen gewichten (emmers, manden) verbindt

2) wat iemand wordt opgelegd als last

3) draag- of verbindingsconstructie


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich onder het juk der dwingelandij krommen (=onderworpen zijn)
• onder het juk zuchten (=onderworpen zijn)
• onder het juk moeten doorgaan (=zich aan andermans macht moeten onderwerpen)
• onder het juk brengen (=onderwerpen)
• onder het Caudijnse juk moeten doorgaan (=vernederd worden)
Toon alle 6 spreekwoorden die juk bevatten

18 definities op Encyclo
  1. oppervlaktemaat, 1 juk = ca 240-300 vierkante roeden = 0,50 ha. Ook gevonden de oppervlakte die een stel ossen in een dag kon ploegen.
  2. Elk paar tegenoverstaande blaadjes van een geveerd blad.
  3. Een kapspant bestaande uit twee schuin geplaatste stijlen met een bint daaroverheen of ertussen en de verbindende schoren.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-ken), houten werktuig om er ossen in te spannen, (ook) om er iets bijvoorbeeld twee emmers of manden) aan te dragen; boog eener ...
  5. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 bak onder een luifel of afdak.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met juk:
jukbeenjukbeenderenjukeboxjukken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
juk (trek- of tilwerktuig om of op de hals; druk, last)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `juk`.