de jubel

zelfst.naamw. (m.)

grote vreugde
Voorbeeld:  `De jubel over de onverwachte zege was de dag erna nog niet verstomd.`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 vreugdegeschreeuw, gejuich. Jubilé, Fr., Jubilaeüm, Lat., jubelfeest, jubeljaar. Jubilate, de derde Zondag na Paschen, benoemd naar het begin ...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. geen meervoud vreugdegejuich. ~FEEST, o. (-en), feest ter gedachtenis van zekere gebeurtenis na verloop van 25, 50 of 100 jaren. ~...
  3. 1) Juich 2) Juichkreet 3) Juichtoon 4) Zegekreet
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met jubel:
jubeldejubeldenjubelenjubeljaarjubelkretenjubellaressenjubelt

Deze woorden eindigen op jubel:
bejubel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. jubel (soort schoen)
  2. jubel (vreugdekreet)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `jubel`.