jongleren

werkw.
Uitspraak:  [jɔŋˈlerə(n)]
Vervoegingen:  jongleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gejongleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met grote vaardigheid ballen en andere voorwerpen in de lucht gooien en weer opvangen
Voorbeeld:  `De clowns jongleerden met brandende fakkels.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Circusact 2) Equilibreren 3) Jongleurskunsten vertonen
  2. Met jongleren wordt tegenwoordig vooral geduid op een aantal vaardigheden waarmee objecten gegooid en gevangen worden. In de Middeleeuwen was een jongleur (joculator) ee...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jongleren (behendigheidskunsten doen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `jongleren` kennen.