investeren

werkw.
Uitspraak:  [ɪnvɛsˈterə(n)]
Vervoegingen:  investeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïnvesteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) geld uitgeven (voor iets) met een doel op de langere termijn commercie
Voorbeelden:  `Het bedrijf investeert in een nieuwe fabriek om efficiënter te produceren.`,
`investeren in een jong, kansrijk bedrijf`

2) inspanningen doen (voor iets of iemand) om er later voordeel van te hebben
Voorbeeld:  `investeren in je personeel door ze cursussen te laten volgen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandelen kopen beleggen inhuldigen steken in

15 definities op Encyclo
  1. [Nederlands] ergens geld, tijd of energie aan besteden
  2. is het aanschaffen van (kapitaal)goederen door de producent. Deze investeringen kunnen plaatsvinden ter vervanging van economisch versleten kapitaal en voor uitbreiding v...
  3. is het aankopen van goederen door de producent. Per definitie zijn deze goederen kapitaalgoederen, hetzij vast of vlottend. (zie ook begrippen L.2) De productie van ka...
  4. Onder investeren verstaan we in de conomie het aanschaffen van kapitaalgoederen door ondernemingen (particuliere investeringen) en overheid (overheidsinvesteringen). ( > ...
  5. Geld aanwenden met een productieve bestemming
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op investeren:
desinvesteren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
investeren (ergens geld, tijd etc. in steken met productieve bedoeling)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `investeren` kennen.