inrukken

werkw.
Verbuigingen:  rukte in
Verbuigingen:  ingerukt

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het inrukken in de tweede betekenis erin.`

3) snel een gebied binnenvallen
Voorbeeld:  `Ze waren al een flink stuk het land ingerukt voordat ze op enig verzet stuitten.`

4) snel vertrekken, met name naar huis, kazerne, kleedkamer, remise e.d.
Voorbeeld:  `Na die rode kaart kon er ingerukt worden.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afnokken opdonderen ophoepelen opkrassen oplazeren uitrukken (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  • 1) Afmarcheren 2) Afnokken 3) Binnenrukken 4) Heengaan 5) In de kwartieren terugtrekken 6) Intrekken 7) Opdonderen 8) Ophoepelen 9) Opkrassen 10) Oplazeren 11) Verkassen ...
  • Toon uitgebreidere definities