inrukken

werkw.
Verbuigingen:  rukte in
Verbuigingen:  ingerukt

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het inrukken in de tweede betekenis erin.`

3) snel een gebied binnenvallen
Voorbeeld:  `Ze waren al een flink stuk het land ingerukt voordat ze op enig verzet stuitten.`

4) snel vertrekken, met name naar huis, kazerne, kleedkamer, remise e.d.
Voorbeeld:  `Na die rode kaart kon er ingerukt worden.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afnokken opdonderen ophoepelen opkrassen oplazeren uitrukken (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Afmarcheren 2) Afnokken 3) Binnenrukken 4) Heen gaan 5) Heengaan 6) In de kwartieren terugtrekken 7) Intrekken 8) Opdonderen 9) Ophoepelen 10) Opkrassen 11) Oplazeren ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 88% van de Vlamingen het woord `inrukken`.