inpilsen

werkw.
Afbreekpatroon:  'in - pil - sen
Vervoegingen:  inpilste (verl.tijd )
Vervoegingen:  ingepilst (volt.deelw.)

het nuttigen van bier (pils) ter voorbereiding van een eerder geplande activiteit
Voorbeeld:  `thuis inpilsen en dan naar het feest`
Synoniem:  indrinken