inlopen

werkw.
Verbuigingen:  liep in
Verbuigingen:  ingelopen

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving.
Voorbeeld:  `Zin met het inlopen in de tweede betekenis erin.`

3) een afstand goedmaken
Voorbeeld:  `Ze waren bijna een volle ronde ingelopen op de koploper.`

4) een ruimte betreden
Voorbeeld:  `Zij waren de verkeerde kamer ingelopen.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aankomen bezoeken inhalen instinken intrappen intuinen langskomen op bezoek komen opzoeken voorbijkomen warmlopen

4 definities op Encyclo
  1. een achterstand kleiner maken vb: ik heb de voorsprong die hij op mij had, verkleind door lopen wat wijder laten worden vb: die nieuwe schoenen moet je nog inlopen door l...
  2. erga een ruimte betreden. • erga een afstand goedmaken. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. 1) Aankomen 2) Bezoeken 3) Binnengaan 4) Dichterbij komen 5) Ingaan 6) Inhalen 7) Instinken 8) Intrappen 9) Intuinen 10) Kleiner worden 11) Langskomen 12) Langzamerhand i...
  4. (1) Al lopend iets binnen boord trekken. `Loop jij die tros even in?` (2) M.b.t. een aanvaring: `Het schip is aan stuurboord ingelopen.`
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
inlopen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inlopen`.