het inkomensniveau

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  inkomensniveaus
Verbuigingen:  inkomensniveautje

de grootte van de hoeveelheid geld die men regelmatig ontvangt
Voorbeelden:  `Ook in dorpen wonen veel mensen met een laag inkomensniveau.`,
`Mensen met een laag opleidings- en inkomensniveau hebben het moeilijk in Nederland, maar misschien in andere landen nog moeilijker.`


Bron: WikiWoordenboek.