initiatiefrijk

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ini(t)ʃaˈtifrɛik]

geneigd om uit jezelf wat te doen
Voorbeelden:  `een initiatiefrijke voetballer`,
`initiatiefrijk beleid`,
`Het bestuur van de vereniging stelt zich initiatiefrijk en daadkrachtig op.`

© Kernerman Dictionaries.