indispositie als dialectwoord
ongesteldheid (Gents)  

3 definities op Encyclo
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] ongesteldheid, ongezondheid
  • 1) Ontstemming 2) Niet helemaal fit zijn 3) Kwade luim 4) Ongesteldheid
  • ongesteldheid, geregeld opgegeven als reden voor afwezigheid bij het opmaken van een akte; de term werd ook gebruikt voor mannen.
Toon uitgebreidere definities

Op andere websites
Zoek indispositie in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek indispositie op Google
Zoek indispositie op Woordenlijst.org
Zoek indispositie in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek indispositie op Wikipedia