de immigrant

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɪmiˈxrɑnt]
Verbuigingen:  immigrant|en (meerv.)

de immigrant|e

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ɪmiˈxrɑnt|ə]
Verbuigingen:  immigrant|en, immigrant|es (meerv.)

buitenlander die in je land komt wonen
Antoniem:  emigrant

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
nieuwgevestigde

Taaladvies
Inwijkeling / immigrant: Is inwijkeling correct?

7 definities op Encyclo
  1. inkomend landverhuizer Jaar van herkomst: 1865 (KVW )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), landverhuizer die reeds in een vreemd land gevestigd is. *...NENT, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), nakend, dreigend; gi...
  3. Een persoon die vanuit het buitenland in Nederland komt wonen.
  4. iemand die in het land komt wonen vb: deze immigrant heeft nog geen woning gevonden
  5. iemand die zich als buitenlander in een bepaald land komt vestigen; inkomend landverhuizer
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met immigrant:
immigranten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
immigrant (inkomend landverhuizer)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `immigrant`.