imiteren

werkw.
Uitspraak:  [imiˈterə(n)]
Vervoegingen:  imiteerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïmiteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iets) zo maken dat het op iets anders lijkt, of (iets) zo doen als iemand anders
Voorbeeld:  `Jonge kinderen imiteren hun ouders.`
Synoniemen:  nabootsen, nadoen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
mimen nabootsen nadoen namaken navolgen simuleren volgen

6 definities op Encyclo
  1. achtervolgen, nadoen
  2. navolgen Jaar van herkomst: 1669 (MEY )
  3. iets hetzelfde doen als iemand anders vb: zij kan prachtig de koningin imiteren Synoniemen: nabootsen nadoen
  4. •doen wat iemand anders doet.
  5. 1) Iemand nadoen 2) Mimen 3) Na-apen 4) Nabootsen 5) Nadoen 6) Namaken 7) Naschilderen 8) Navolgen 9) Naäpen 10) Simuleren 11) Volgen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op imiteren:
limiteren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
imiteren (nabootsen, namaken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `imiteren`.