de identiteitsconstructie

zelfst.naamw. (v.)

een zinsconstructie met ''dit'', ''dat'' of ''het'', gevolgd door het koppelwerkwoord ''zijn'', en vervolgens het naamwoordelijke deel van het gezegde waar ''dit'', ''dat'' of ''het'' naar verwijst
Voorbeelden:  `'Dit is de foto van mijn ouderlijk huis,' is een voorbeeld van een identiteitsconstructie.`,
`'Luister, dit is een van de mooiste gedeeltes uit de Mattheus Passion van Bach,' is ook een identiteitsconstructie.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.