huppen

werkw.
Verbuigingen:  hupte
Verbuigingen:  gehupt

1) met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich gericht verplaatsen
Voorbeeld:  `De kangoeroe hupte door het bos.`

2) met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich verplaatsen
Voorbeeld:  `Er werd vrolijk wat gehupt door de jonge kangoeroemuizen.`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. gelijkvloeiend (ik hupte, heb of ben gehupt), opspringen (op dezelfde plaats).
  2. 1) Belgisch stripauteur 2) Hippen 3) Met beide benen gelijk springen 4) Met beide benen tegelijk springen 5) Opspringen 6) Springend voortgaan
  3. kleine sprongetjes maken; zich met kleine sprongen voortbewegen; zich met sprongetjes verplaatsen
  4. springen Jaar van herkomst: 1599 (Kil. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
huppen (springen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 76% van de Vlamingen het woord `huppen`.