het hotel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hoˈtɛl]
Verbuigingen:  hotel|s (meerv.)

gebouw waar je tegen betaling kunt logeren
Voorbeeld:  `drie nachten boeken in een hotel`
zorghotel  (hotel waar je na het ziekenhuis kunt logeren als je nog hulp nodig hebt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
herberg logement restaurant

17 definities op Encyclo
  1. gebouw waar je kunt eten en overnachten vb: we logeerden in een hotel
  2. Een accommodatie met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswa...
  3. Let op: Spelling van 1858 Fr., groot heerenhuis, aanzienlijk logement. L'hôtel des invalides, het groote invalidenhuis; l'hôtel-Dieu, het groote hospitaal in Parijs. Ma...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-s), heerenhuis; voornaam gebouw; groot logement.
  5. Een hotel is een verblijfsplaats met slaapplaatsen voor logies verstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht. Afzonderlijke maaltijden, kl...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hotel:
hotelbedhoteldebotelhoteldetectivehoteldieveggehoteleigenaarhotelgasthotelhouderhotelhoudershotelierhotelkamerhotelkamershotelregistershotelrekeninghotelshotelschakelinghotelscholenhotelschoolhotelwezen

Deze woorden eindigen op hotel:
dagschotelfamiliehotelhoofdschotelgeboortehotelinsectenhotelviersterrenhotelschotelgewelfschotelzuurkoolschotelvisschotelkop-en-schotelrijstschotelsatellietschotelovenschotelantenneschotelstoofschotelzorghotel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hotel (logement)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hotel`.