de hospita

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['hɔspita]
Verbuigingen:  hospita|'s (meerv.)

eigenares van het huis waarin je een kamer huurt
Synoniem:  kotmadam

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gastvrouw kamerverhuurster waardin

4 definities op Encyclo
  1. •een persoon van het vrouwelijk geslacht die een of meer kamers in zijn of haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal.
  2. 1) Beroep 2) Gastvrouw 3) Huisjuffrouw 4) Juffrouw 5) Kamerverhuurster 6) Kostjuffrouw 7) Kostvrouw 8) Kotmadam 9) Ploertin 10) Vrouw bij wie men voor geld op kamers woon...
  3. vrouw bij wie je op kamers woont vb: mijn hospita vindt het niet goed dat ik op mijn kamer kook
  4. kostjuffrouw Jaar van herkomst: 1646 (WNT wen II )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hospita:
hospita'shospitaalhospitalenhospitalisatiehospitaliseerhospitaliseerdehospitaliseerdenhospitaliseerthospitaliserenhospitaliteit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hospita (kostvrouw)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `hospita`.