het hoogseizoen
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | [ˈhoxsɛizun] |
| Afbreekpatroon: | hoog·sei·zoen |
| Verbuigingen: | hoogseizoenen (meerv.) |
drukke periode in het jaar | Voorbeeld: | `De kerstperiode is hoogseizoen voor de hotels en de prijzen zijn dan hoger.` | |
| Antoniem: | laagseizoen |
8 definities op Encyclo
- 1) Drukste gedeelte van het seizoen
- De periode van de school vakanties, waarbij veel mensen tegelijk op vakantie gaan
- drukste tijd van het jaar Jaar van herkomst: 1962 (WNT repatriatie )
- Het 'hoogseizoen' is de tijd waarin de meerderheid van de mensen met vakantie gaat. Het hoogseizoen loopt op het noordelijk halfrond meestal van begin juli tot en met eind augustus.
- High season. De periode waarin voor een bepaald oord-geografisch gebied het hoogste aantal reizigers-bezoekers te verwachten is; in de luchtvaart code H
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
hoogseizoen (drukste tijd van het jaar)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de hoogseizoen' of 'het hoogseizoen'?
Het is 'het hoogseizoen', want hoogseizoen is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat hoogseizoen'.
Wat is het meervoud van hoogseizoen?
Het meervoud van hoogseizoen is 'hoogseizoenen'. Eén hoogseizoen, twee hoogseizoenen.
Wat betekent hoogseizoen?
'drukke periode in het jaar'
Hoe spel je hoogseizoen?
hoogseizoen spel je H O O G S E I Z O E N Op andere websites
Zoek hoogseizoen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek hoogseizoen op
Google
Zoek hoogseizoen op
Woordenlijst.org
Zoek hoogseizoen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek hoogseizoen op
Wikipedia