hoofdstedelijk

bijv.naamw.
Verbuigingen:  hoofdstedelijker
Verbuigingen:  hoofdstedelijkst

1) van de hoofdstad
Voorbeeld:  `Het hoofdstedelijk gebied is in België een eigen gewest.`

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het hoofdstedelijk in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `hoofdstedelijk`.