de hoef

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [huf]
Verbuigingen:  hoeven (meerv.)

harde onderste deel van de poot van bepaalde dieren
Voorbeeld:  `paardenhoef`
door je hoeven gaan/zakken  (niet meer kunnen door vermoeidheid) `Als je zo moe bent en het gevoel hebt door je hoeven te gaan, wil je maar een ding: zo snel mogelijk de Albergue.` Synoniem: bezwijken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hoornschoen

11 definities op Encyclo
  • harde hoorn om de laatste anderhalve vinger- teenkootjes. Te vergelijken met de menselijke nagel.
  • (Bargoens, 1914) hoeft
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Hoef``] Door H. verstaat men het ongevoelige, vaste en veerkrachtige, uit hoorn gevormde gedeelte, dat het hoefbeen als een schoen ...
  • • [dierkunde] hoorn overdekking van het uiteinde van de voet.
  • onderste deel van de poot van een koe, geit, enz. dat uit hoorn bestaat vb: de hoeven van het paard zijn afgesleten
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met hoef:
    hoefalhoefbevangenheidhoefbladhoefdierhoefdierenhoefijzerhoefijzershoefnagelhoefnagelshoefslaghoefslagenhoefsmedenhoefsmid

    Deze woorden eindigen op hoef:
    behoefklinkhoef

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    hoef (hoornachtige plaat aan de voet)