halveren

werkw.
Uitspraak:  [hɑlˈverə(n)]
Vervoegingen:  halveerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehalveerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

in tweeën delen of met de helft verminderen
Voorbeeld:  `de uitstoot van broeikasgassen halveren`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik halveerde, heb gehalveerd), in tweeën deelen; (rek.) door twee deelen.
  2. in twee helften verdelen vb: hij halveerde de appel
  3. 1) Delen 2) Doormidden snijden 3) In twee gelijke stukken delen 4) In tweeën delen 5) Middendoor snijden 6) Tot op de helft verminderen
  4. Hard gekookte eieren, komkommer, prei, tomaat, fruit. https://www.kokswereld.nl/content-culinairwoordenboek.html
  5. Halveren is bij het darten een spelvorm met de bedoeling een zo hoog mogelijke score te behalen. Dit lukt door de dartpijlen in de goede vakjes in een dartbord te gooien...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
halveren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `halveren`.