de grootspraak

zelfst.naamw. (m.)

opschepperij, bluf, dikdoenerij, jezelf belangrijker maken dan je bent
Voorbeeld:  `De visser vertelde in beeldende taal over zijn gevangen vis van meer dan 1 meter lengte maar het bleek alleen maar grootspraak te zijn.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
branie bravoure dikdoenerij gebluf gebral gepoch opschepperij snoeverij

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. geen meervoud snoeverij; figuurlijk overdrijving. *...SPREKER, m. (-s), *...SPREEKSTER, v. (-s), snoever, pocher; snoefster, ...
  2. 1) Blague 2) Bluf 3) Bombarie 4) Branie 5) Bravoure 6) Dikdoenerij 7) Gasconnade 8) Gebluf 9) Gebral 10) Gepoch 11) Gepuf 12) Gesnork 13) Gezwets 14) Ophef 15) Opschepper...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `grootspraak`.