grensoverschrijdend

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xrɛnsovər'sxrɛidənt]

1) als iets buiten de landsgrenzen gaat
Voorbeelden:  `grensoverschrijdende busdiensten`,
`Tussen Nederland en België vindt heel wat grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit plaats.`
Synoniem:  internationaal

2) als iets een bepaalde norm te buiten gaat
Voorbeeld:  `je schuldig maken aan seksueel grensoverschrijdend gedrag`

© Kernerman Dictionaries.