• pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare kleur) • op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen) • met gouden balken (=met een hypotheek (met lening)) • met een gouden hengel vissen (=door bedrog zijn doel halen) • koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven) Toon alle 29 spreekwoorden die gou bevatten
1 definitie op Encyclo
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] Gouda