de gording

zelfst.naamw. (v.)
Verbuigingen:  gordingen<br>gordings
Verbuigingen:  gordinkje

1) houten dwarsbalk of ligger aangebracht in de lengterichting van kap of dak waarmee de zaak in verband gehouden wordt

2) lopend touw waarmee men zeilen tegen hun rondhouten ophaalt, om de windvang te verminderen


Bron: WikiWoordenboek.

15 definities op Encyclo
  1. bouwkundige termen Houten ligger in de lengterichting van het dakvlak, waarbij twee zijden evenwijdig liggen aan het dakvlak. Bij een gordingenkap dragen de gordingen ...
  2. Houten koppelbalk voor langs de palen van een beschoeiing.
  3. Houten balk waarop het dakbeschot van een hellend dak geplaatst wordt. De gordingen zijn de horizontale balken van een dakgebint. De verticale balken heten spanten. De go...
  4. Horizontale houten of metalen balk die schuin rust op de dakspanten en waarop het dakbeschot met pannen of shingles wordt aangebracht
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en, -s), (zeew.) gijtouw; (in de bouwkunst.) gedeelte van een dak; paal-, rij palen bijvoorbeeld in het water tot afsluiting een...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gording:
gordingengordings

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gording (dwarshout tussen binten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 43% van de Nederlanders en 39% van de Vlamingen het woord `gording`.