gijpen

werkw.
Verbuigingen:  gijpte
Verbuigingen:  gegijpt

1) enz.
Voorbeeld:  `Zin met het gijpen in de tweede betekenis erin.`

2) plotseling van stand veranderen van de zeilen wanneer met met de wind mee door de wind gaat
Voorbeeld:  `Het zeil was plotseling gegijpt en had hem een flinke klap toegebracht.`

3) met de wind mee door de wind gaan
Voorbeeld:  `Er moest gegijpt worden en dat vereiste enige oplettendheid, omdat zeil met een grote klap over hun hoofden zwaaide.`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Schrijf je gijpen (= zeilterm) met ei of ij? Zie gijpen / geipen

4 definities op Encyclo
  • Gijpen is een zeil- en windsurftechniek waarbij op een zeilschip de zeilen overgebracht worden naar het andere boord terwijl een voor-de-windse koers (wind recht van ach...
  • 1> tijdens het zeilen met bakstagswind, de giek van de ene zijde naar de andere zijde overhalen of, bij achterin komende wind, de koers dusdanig veranderen, dat, terwijl ...
  • Bij het voor-de-wind varen, het van de ene naar de andere kant brengen van een zeil. Moet met beleid gebeuren, want anders kan een gevaarlijke klapgijp ontstaan. Eigenlij...
  • voor de wind overstag gaan Jaar van herkomst: 1618 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. gijpen (naar adem snakken)
    2. gijpen (omklappen van een zeil)