de geluksvogel

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  geluksvogels
Verbuigingen:  geluksvogeltje

iemand die onwaarschijnlijk veel geluk lijkt te hebben
Voorbeeld:  `Hij is altijd al een geluksvogel geweest.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
boffer bofkont goudvink mazzelaar pechvogel (antoniem)

2 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Een geluksvogel, d.i. iemand wien alles bijzonder meeloopt, die veel geluk heeft, een boffer, een bofkont1); hetzelfde als een gelukshans, een geluk...
  2. 1) Boffer 2) Bofferd 3) Bofkont 4) Iemand die altijd geluk heeft 5) Mazzelaar
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met geluksvogel:
geluksvogels

Herkomst volgens etymologiebank.nl
geluksvogel

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `geluksvogel` kennen.