gelijklopen

werkw.
Uitspraak:  [xə'lɛiklopə(n)]
Vervoegingen:  liep gelijk (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gelijkgelopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van een klok) de juiste tijd geven
Voorbeeld:  `Mijn horloge liep een uur achter maar het loopt nu weer gelijk.`

2) parallel lopen
Voorbeelden:  `Beeld en geluid lopen niet gelijk.`,
`De ondertitel loopt niet gelijk met wat er gebeurt.`

3) (van oppervlakken) op dezelfde hoogte liggen
Voorbeeld:  `De douchevloer loopt gelijk met de badkamervloer.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dezelfde tijd aangeven synchroon lopen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Dezelfde tijd aanwijzen 2) Horizontaal zijn
Toon uitgebreidere definities