het gegevene

zelfst.naamw.

1) wat is geschonken, wat is aangeboden
Voorbeelden:  `Daarna beschuldigde hij God ervan het hem toevertrouwde goed slecht te beschermen, Hij die ongelukkigen goede gaven geeft opdat ze het gegevene bewenen wanneer het hen ontstolen wordt.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`

2) wat bestaat, wat niet meer ter discussie staat, wat als uitgangspunt geldt
Voorbeeld:  `Ditzelfde motief van het zich nestelen in de eeuwige kringloop van het bestaan, het opgaan in het gegevene, is ook in Wits poëzie en andere werk nadrukkelijk aanwezig (...)`


Bron: WikiWoordenboek.