I geelgroen

bijv.naamw.
Verbuigingen:  geelgroener
Verbuigingen:  geelgroenst

deze kleur hebbend, een kleur tussen geel en groen, met RAL-nummer 6018.
Voorbeeld:  `Hij rijdt in een geelgroene auto.`


II het geelgroen

zelfst.naamw.

een kleur tussen geel en groen met RAL-nummer 6018.
Voorbeeld:  `Heeft u die ook in het geelgroen?`


Bron: WikiWoordenboek.

Taaladvies
Geel-groen / geelgroen: Wat is correct: geel-groen of geelgroen?

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Kleur 2) Mengkleur
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `geelgroen`.