gebonden

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xə'bɔndə(n)]

1) (van soepen, sauzen) dikvloeibaar
Voorbeeld:  `gebonden tomatensoep`
Antoniem:  helder

2) als je een vaste partner hebt
Voorbeeld:  `Ik vind je erg aardig, maar ik ben helaas gebonden.`
Antoniem:  ongebonden

3)
gebonden zijn aan  (beperkt zijn in je vrijheid door) `Internetbedrijven zijn gebonden aan regels op het gebied van privacy en consumentenbescherming.` Synoniem: vastzitten aan

Zie ook:  binden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
smeug smeuïg

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. De betaling van de belasting of het ontvangen van een subsidie of uitkering hangt samen met een bepaalde daad of voorwerp (bv. BTW gaat samen met de aankoop van een voorw...
  2. 1) Afhankelijk 2) Afhankelijk van een boek 3) Bezet 4) Gemis van vrije tijd 5) In harde band 6) Niet dun vloeibaar 7) Niet vrij 8) Niet dun 9) Onvrij 10) Smeug 11) Smeuï...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gebonden:
gebondenheid

Deze woorden eindigen op gebonden:
aaneengebondenafgebondeningebondenkortaangebondenlosgebondenongebondenondergebondenopgebondensamengebondentoegebondenvastgebondenvoorgebondenmembraangebonden