gad als dialectwoord
• Gekregen (Zevenbergs) • Gehad (Zevenbergs) 5 definities op Encyclo
- [Vergeten woorden] (bn. gader of gadder, gadst) goed, geschikt [~ gaden, goed]
- 1) Bijbelse naam 2) Bijbelse naam (o.t.) 3) Bijbelse jongensnaam 4) Zoon van jacob 5) Zoon van jakob 6) Zoon van jakob en zilpa 7) Godin van het geluk 8) Joodse stam 9) Uitroep van afkeer 10) Uitroep van schrik 11) Zoon van zilpa 12) Godin 13) Fenicische god
- GAD Hebreeuwse eigennaam, waarvan de betekenis onzeker is. geluksgod of de Fortuin, een godheid die ook in de Phoenicische opschriften voorkomt (Is. 65 : 11). GAD Davids raadgever, profeet en ziener GAD Volgens de aartsvaderverhalen, zoon van Jakob en Lea's slavin Zilpa, (Gen.30) en vandaar een van de twaalf ...
- Gad is een Hebreeuwse jongensnaam. Het betekent `voortvarend, rijkdom, geluk`. Extra info: Waar wordt het gebruikt? De naam Gad wordt voornamelijk gebruikt in de Bijbel.
- Zoon van Jakob en stichter van de stam Gad; ook een profeet tijdens de tijd van David.
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met gad:
•
gade•
gadeloos•
gader•
gadeslaan•
gadget•
gading•
gado gado•
gadogado•
gadolinium•
gadoliniumatoom•
gadver•
gadverdammeOp andere websites
Zoek gad in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek gad op
Google
Zoek gad op
Woordenlijst.org
Zoek gad in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek gad op
Wikipedia