gaan om

werkw.
Uitspraak:  [xan ɔm]
Vervoegingen:  ging om (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gegaan om (volt.deelw.)

tot doel hebben
Voorbeelden:  `Het gaat erom de bal in het net te gooien`,
`Het gaat er vooral om dat je plezier hebt.`

© Kernerman Dictionaries.