foor

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  foren
Verbuigingen:  foortje

1) kermis
Voorbeelden:  `In belgië heeft men een foor terwijl men in Nederland een kermis heeft`,
`De botsautootjes zijn een vast onderdeel van de foor.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`

2) markt, beurs


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. drager van
  2. 1) Handelsbeurs 2) Jaarmarkt 3) Kermis 4) Kermis (z.-n.) 5) Markt
  3. Vlaamse woorden (v.) jaarlijks gehouden kermis
  4. Vlaams voor het Nederlandse woord ` kermis`
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met foor:
foorkramerfoorkramers

Deze woorden eindigen op foor:
metafoorsemafoorspermatofoorepifooreufoorhydrofoorpyrofooranafoorchromatofoorchromofoorelektrofooramfoorkomfoor

Herkomst volgens etymologiebank.nl
foor (kermis, handelsbeurs)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 9% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `foor`.