fnuiken

werkw.
Uitspraak:  ['fnœykə(n)]
Vervoegingen:  fnuikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefnuikt (volt.deelw.)

zorgen dat een ontwikkeling zich niet kan voortzetten en daardoor bedreigend
Voorbeeld:  `Strengere hypotheekregels fnuiken de woningmarkt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bekorten

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik fnuikte, heb gefnuikt), [oudtijds] ) kortwieken; [figuurlijk] verijdelen, ten onder brengen...
  2. (ww) - vanaf beperken tot en met verpesten
  3. •verminderen •in de kiem smoren. (+audio)
  4. 1) Beknotten 2) Bekorten 3) Nekken 4) Ten onder brengen 5) Verminderen
  5. beknotten Jaar van herkomst: 1613 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fnuiken:
fnuikend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fnuiken (een eind maken aan, inperken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 77% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `fnuiken`.